Hapjes voor de kleintjes!

Zo rond de vijfde maand begint een baby interesse te tonen voor anderen, en daarmee ook voor wat anderen eten. Jouw baby gaat na-apen, hij wil dat ook! Vanaf ongeveer zes maanden is het immuunsysteem van een baby voldoende rijp en is zijn verteringssysteem op orde om vast voedsel aan te kunnen. Lees hier meer over babyhapjes en hoe je die kunt aanbieden.

Door te oefenen met hapjes went je baby aan andere smaken dan die van warme melk. Met het geven van deze hapjes naast borst- of flesvoeding kun je doorgaan tot ongeveer acht maanden, daarna vervangt vaste voeding geleidelijk steeds meer de borst- of flesvoeding. Door te beginnen met zachte en zoete smaken is het verschil met de zoete smaak van borst- of flesvoeding niet zo groot. Voorbeelden van eerste fruithapjes zijn banaan, perzik, peer en meloen. Bij groentehappen zijn bloemkool, broccoli, worteltjes en sperziebonen goed om mee te beginnen.

Je kunt ervoor kiezen om je baby eerst een paar dagen achter elkaar te laten wennen aan één smaak, zo leert je baby smaken beter herkennen en waarderen. Hierna kun je voor afwisseling eens smaken gaan combineren en meerdere soorten uitproberen! Pompoen, rode bieten, sinaasappels, een aardappel… Probeer maar eens uit wat jouw baby lekker vindt. Geen ‘spruit’ is hetzelfde, zo zijn ook voorkeuren voor smaken verschillend.

Hapjes aanbieden kun je op verschillende manieren doen. Je kunt ervoor kiezen om het te prakken, pureren of in stukken te snijden. Het voordeel van pureren en prakken is dat het hapje makkelijk is om te geven, maar een nadeel is dat een baby niets hoeft te doen behalve dan te slikken. Stukjes geven heeft als voordeel dat ze het zelf kunnen pakken en in de mond stoppen.

Je kunt ook vast voedsel aanbieden door middel van de Rapley methode: vast voedsel geven, zoals een roosje gekookte broccoli of een gekookte wortel wat baby’s goed kunnen vastpakken. Met deze methode bepalen kinderen zelf wat ze willen eten, hoeveel en in welk tempo. Grote kans op een dikke kliederboel, maar het voordeel is dat je baby verschillende soorten smaken en texturen leert kennen en gewoon met de pot kan mee eten door jou na te doen.

Angstig voor verslikken? Een baby onder de één jaar heeft een sterke kokhalsreflex wat beschermt tegen het verslikken. Een baby loopt minder risico om zich te verslikken als hij zelf de controle heeft over wat er in zijn mond gaat dan wanneer hij met een lepel gevoerd wordt. Dit komt omdat een baby niet de mogelijkheid heeft om voedsel bewust naar de achterkant van zijn keel te verplaatsen totdat hij heeft geleerd om te kauwen. Overigens verslikken mensen zich sneller in vloeibaar voedsel dan in vast voedsel.

Het is belangrijk om je baby altijd rechtop te zetten of op schoot te nemen als je hem eten voorzet. Zo heeft je baby de mogelijkheid om het weer uit zijn mond te laten vallen. Blijf er in ieder geval altijd bij zodat je je kind goed in de gaten kunt houden. Laat ze maar experimenteren, proeven, ruiken en sabbelen. Het kan een heerlijke kliederboel worden; je baby wil controle over het lepeltje, knijpt het eten fijn of gooit het misschien wel op de grond. Ook zo leuk, het ontdekken van zwaartekracht……

Veel plezier!

Deze blog wordt je aangeboden door SKSG, al 115 jaar de grootste aanbieder van goede en leuke kinderopvang in de Stad Groningen en omstreken.

Plan nu een rondleiding  en ontvang een gratis goodiebag.