Stiekem laten winnen?

Laat jij als ouder je kind soms ook stiekem winnen omdat je weet dat hij/zij niet zo goed tegen zijn verlies kan en het anders ineens niet meer zo gezellig is? Dat kan natuurlijk prima. Immers, je kind kan door te winnen ervaren dat hij/zij iets goed kan en dat geeft zelfvertrouwen. Maar bij winnen hoort ook verliezen en dat is voor sommige kinderen lastig te accepteren.

Dat kinderen het accepteren van verlies lastig vinden hoor je vaak in de gesprekken tussen kinderen op het moment waarop ze dreigen te verliezen en ineens zeggen “ik doe niet meer mee” of “jij speelt vals” of “zo gaat het spelletje niet” en ze verzinnen dan andere regels die beter voor zichzelf uitpakken. Erg vindingrijk. In sommige gevallen blijft het niet bij woorden maar komen alle frustraties er uit door gooi en smijtwerk van bijvoorbeeld memorykaartjes. Tja, dat was natuurlijk niet de bedoeling. Hoe leer je deze kinderen nu om te gaan met het verlies? Dit staat natuurlijk los van het feit dat niet tegen je verlies kunnen ook een goede eigenschap kan zijn. Het zijn vaak kinderen die niet snel opgeven, doorzetten en gemotiveerd zijn. Veel topsporters kennen deze eigenschap maar al te goed. Maar met name het gedrag wat een kind dat verliest laat zien, zoals boos worden, erbij weg lopen, verdrietig zijn, kan soms lastig zijn voor je kind (en jezelf) en daar wil je je kind zo goed mogelijk mee leren omgaan.

Vanuit de ontwikkeling van kinderen zie je dat kinderen vanaf ongeveer 4 jaar kunnen leren omgaan met simpele spelregels. Vanaf 6 jaar vinden kinderen het wedstrijdelement interessant. Dit is ook vaak een leeftijd waarop kinderen zich gaan opgeven voor een sport. Sporten geeft volop ervaringen om om te leren gaan met winst en verlies. Deze tijd en ervaring hebben de kinderen ook nodig.

Blijft het voor je kind lastig om met verliezen om te gaan? Hieronder een aantal tips:

  • Naast spelletjes met een wedstrijdelement kun je ook een spel kiezen waarbij winnen of verliezen niet aan de orde is maar waarbij je goed moet samenwerken. Zo hebben we op de meeste BSO’s “spellen zonder winst”. Een leuk voorbeeld is bijvoorbeeld Max de Kat, een coöperatief strategiespel voor kinderen vanaf 4+.
  • Leg het accent op het spelen van een spel op “hoe leuk het was” en “dat iedereen zo enthousiast mee doet”
  • Heb begrip voor je kind als hij verliest. Zeg “ik zie dat je het niet leuk vindt om te verliezen, dat begrijp ik wel’, “ik wil ook graag winnen”. “Ik vond het wel gezellig om dit spel met jou te doen”. Help daarbij je kind zich bewust te worden van zijn emoties en gedrag door er over te praten. Geef hierbij aan dat er niets mis is met willen winnen, maar dat boos worden als je verliest niet nodig is. Denk er ook aan dat je zelf het goede voorbeeld geeft als je verliest, bijvoorbeeld: “gefeliciteerd, jammer ik heb verloren, maar ik vond het wel leuk om dit met jou te doen”
  • Ga niet andere kinderen (broers/zussen) met elkaar vergelijken. Vaak werkt dit averechts en kan je kind er onzeker van worden of levert het meer strijd op.
  • Blijf kinderen die niet tegen hun verlies kunnen prijzen. Niet direct over prestaties maar vooral over hun inspanning. Een kind wat een puzzel heeft gemaakt kun je prijzen door te zeggen “wat heb jij goed je best gedaan met die puzzel” in plaats van “wat knap dat je de puzzel helemaal goed hebt gemaakt”. Zo help je het kind om zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld te krijgen, waardoor het beter tegen zijn verlies kan!