Zo hoort dat

Niet met volle mond praten, ‘U’ zeggen, iedereen een hand geven als je op visite gaat, jassen aan de kapstok, voeten vegen als je naar binnengaat en dank je wel zeggen als je een plakje worst bij de slager krijgt. Fantastisch als je kinderen hebt,  die in jouw ogen doen zoals het hoort. Kinderen met manieren. Dat vinden ‘anderen’ ook zo fijn, die zeggen dan “die kinderen van jou zijn zo netjes opgevoed” en dat streelt je dan toch weer als ouder. Waar of niet waar?

Natuurlijk is het belangrijk dat je je kinderen leert zich sociaal te gedragen. Vaak gaat het namelijk om  basale dingen voor een positief contact met de ander. Daarnaast geeft, weten hoe je je moet gedragen,  houvast en houvast helpt je bij de ontwikkeling van het zelfvertrouwen. Maar wil je een afgericht gesocialiseerd kind of het liefst een kind dat uit zichzelf gemotiveerd is of wordt om dingen te doen en hierover kan nadenken. Daarin speel jij als opvoeder een belangrijke rol. Geen enkel kind denkt er namelijk uit zichzelf aan, als hij voor het eerst op visite komt, om iedereen een hand te geven. In de meeste gevallen doe je het voor of fluister je het in: “als je binnenkomt iedereen een hand geven hoor”. Maar wat als jij een introvert kind hebt die zich het liefst wat teruggetrokken opstelt? Moet hij dan een rondje maken of heb je respect voor zijn integriteit en denk je dat komt vanzelf…

Vaak is dat namelijk het geval, want jij (ook anderen in zijn/haar nabijheid) bent namelijk zijn/haar rolmodel. Het voorbeeld voor je kind. Wat jij doet en laat zien, zal het kind, als hij er aan toe is, vast en zeker overnemen. Positief, maar, let op: helaas ook negatief gedrag.  Als jij tegen je kind ‘schreeuwt’ dat hij moet stoppen met schreeuwen dan snap je wat hier bedoeld wordt. Als jij niet respectvol omgaat met de ander dan geef je dat als voorbeeld mee aan je kinderen.

Hoe kun je kinderen helpen om ze  manieren bij te brengen waarbij het kind uit zichzelf gemotiveerd wordt dit te blijven doen. Enkele tips:

  • Goed voorbeeld doet goed volgen
  • Spreek met elkaar af welke manieren/beleefdheidsvormen je belangrijk vindt en geef aan waarom? Als je wilt dat er niet met volle mond gesproken mag worden geef dan ook aan waarom je dit liever niet ziet en vertel wat je kind wel mag doen : “je mag praten als je mond leeg is, want anders valt je eten eruit”, “want anders lijkt het niet zo smakelijk”, want anders kan  ik kan je niet verstaan”.  Een ander voorbeeld: je wilt graag dat je kind gedag zegt als hij weggaat? Geef uitleg dat je dit zegt omdat je dan allebei weet dat je klaar bent en weggaat. Vertel bijvoorbeeld dat iemand een hand geven een manier is om elkaar te begroeten. Je naam hierbij zeggen is handig. Diegene weet dan hoe je heet, kan je dan aanspreken en leert je zo al een klein beetje  kennen. 
  • Sluit hierbij aan op de leeftijd en de eigenheid van je kind.
  • Beschrijf wat je ziet en geef informatie. Bijvoorbeeld: je kind komt thuis en smijt zijn jas op de grond. “Ik zie dat je jas nog op de grond ligt”, “wil je hem even ophangen dat vind ik prettig want dan  lijkt het wat netter”. Als je kind dit vervolgens doet, zeg hem dan “fijn dat je dat hebt gedaan, het lijkt meteen een stuk netter”. Bedenk altijd dat een kind niets doet om jou te plagen. Een kind dat uit school komt en graag wil spelen denkt namelijk niet direct aan zijn jas maar eerder “hoera, snel lekker spelen”.
  • Besef dat respect voor een ander niet alleen in een woordje als ‘u’ of ‘dankjewel’ zit maar meer op de manier waarop iets wordt gezegd of gevraagd.
  •  Geef veel positieve feedback op positief gedrag: “wat kon jij goed op je beurt wachten”,”wat heb je dat netjes gevraagd”, “ik vond je heel beleefd”