Kleine grote vrienden
Vriendschappen tussen kinderen en waarom deze zo belangrijk zijn
Het is misschien wel de droom van elke ouder. Jouw kind dat speelt met andere kinderen en er veel vriendjes en vriendinnetjes op nahoudt. Vertederd raken door de interactie tussen dat kleine grut, glimlachen om de gesprekken die ze voeren en ontroerd raken door de manier waarop ze helemaal opgaan in hun spel. Of misschien houdt jouw kind zich op de achtergrond of vindt jouw kind het hartstikke spannend om zich te mengen tussen andere kinderen. Moet je als ouder hier iets mee, of kun je dit op zijn beloop laten? Allemaal vragen die je als ouder kunt hebben, waar het de sociale ontwikkeling van jouw kind betreft. In deze blog vertelt onze pedagogisch beleidsmedewerker Imke Brunsting alles over hoe vriendschappen tussen kinderen ontstaan en waarom samen delen, samen spelen helemaal niet zo vanzelfsprekend is.
Mijn kind speelt liever alleen. Wanneer moet ik me zorgen maken?
Mijn kind maakt vaak ruzie met andere kinderen. Hoe ga ik hiermee om?
Mijn kind speelt liever alleen. Is dat erg? Wanneer moet ik me zorgen maken?
Laten we eerst een duik nemen in de ontwikkelingsfasen van het kind. Wist je dat in het eerste levensjaar jouw kind al op verschillende manieren contact legt met zijn of haar omgeving? Dit doet je kind door geluidjes te maken, jouw aan te raken, naar je te kijken en te glimlachen. Wanneer je kind zo’n 8 of 9 maanden oud is, kun je de eerste vormen van samenspel herkennen. Je rolt een bal naar je kind, en je kind rolt deze terug. Baby’s onderling, bijvoorbeeld op het kinderdagverblijf, wisselen speelgoed uit.
Tijdens de dreumesperiode bouwt dit verder uit: zij spelen samen door imitatiespel, zoals achter elkaar aanrennen of elkaar nadoen bij het springen.

De sociale ontwikkeling van jouw kind start al in de babytijd
Rond de peuterleeftijd ontstaat parallel spel. Dan speelt je kind naast een ander kind, maar nog niet samen. Beiden spelen bijvoorbeeld met een auto, maar ze spelen elk op hun eigen manier. Ze kijken naar elkaars spel en nemen dingen van elkaar over.
Wanneer kinderen motorisch sterker worden en hun gedrag beter kunnen sturen, ontstaat het associatief spel. Ze spelen dan afgewisseld samen – niet samen. En wanneer ze samen spelen, doen ze dit zonder een vooropgezet plan. Ze improviseren en haken in op wat ze bij de ander zien. Ze zijn in deze leeftijdsfase nog gevoelig voor prikkels vanuit de omgeving, waardoor hun spel even kan stoppen omdat ze zijn afgeleid, maar vervolgens weer verder kan gaan.
Kinderen tussen de 3 en de 5 jaar oud maken een grote sociale ontwikkeling door. Je kind gaat rollenspellen spelen, het handelen verwoorden en samen met een ander kind spelen en daarbij een gemeenschappelijk doel bepalen.

Elk kind is anders, speelt anders en ontwikkelt zich in een ander tempo
Zo zie je, elk kind doorloopt verschillende fasen in de ontwikkeling van het samenspelen. En ieder kind doet dit op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Daarbij spelen verschillende factoren een rol voor het wel of niet samenspelen. Denk hierbij aan de leeftijd, de taalontwikkeling, de omgeving en het karakter van je kind. Niet ieder kind heeft altijd behoefte aan contact met anderen en dat is prima.
Tot slot, is dat wat wij als volwassenen onder samenspelen verstaan, zich op een hele andere manier uit bij jonge kinderen. Vaak ontstaat het écht samenspelen pas rond de basisschoolleeftijd.
Mijn kind maakt vaak ruzie met andere kinderen. Hoe ga ik hier als ouder mee om?
Het is heel normaal dat jouw kind regelmatig in conflictsituaties terecht komt. Wist je bijvoorbeeld dat peuters gemiddeld 5 keer per uur kleine irritaties beleven? En dat zij in datzelfde uur wel 6 meningsverschillen kunnen hebben en zelfs 1 keer echt verdriet of boosheid ervaren? En van al die conflicten die ze ervaren, lossen ze ruim driekwart zelf wel op. Dus je hoeft je geen zorgen te maken, wanneer je kind ruzie maakt. Dat hoort er allemaal bij. En je kind leert er ook ontzettend veel van.

Gemiddeld voelt jouw peuter 5 kleine irritaties per uur
Loopt het een keer wel uit de hand? Ga dan op ooghoogte van je kind zitten en benoem wat je ziet gebeuren. “Ik zie dat Bas zijn bal niet met je wil delen. Hij zegt nee.” Ga het gesprek aan en probeer te achterhalen wat er is gebeurd. Leer je kind dat ‘nee’ ook een antwoord is en geef wanneer het relevant is inhoudelijke complimenten: “Ik zie dat jij je autootje hebt gegeven aan Sanne, ook al vond je dit moeilijk. Heel knap en goed opgelost!”
Maar we weten ook: delen is soms moeilijk. En delen is iets dat je moet leren en dat doe je niet van de één op de andere dag. Door te benoemen dat spullen gedeeld kunnen worden, kan je kind bijvoorbeeld leren delen. “Een blokje voor papa, een blokje voor mij en een blokje voor Isa”. En timing is key. Wanneer je kind net lekker een pop aan het aankleden is, is het moeilijk om deze pop af te staan. Erken dit. Je kunt het ook benoemen bij het andere kind dat met de pop wil spelen. “Ik begrijp dat jij met de pop wil spelen, maar nu is Bobby met de pop aan het spelen.” Je kunt met beide kinderen een afspraak maken, over wanneer de pop van ‘eigenaar’ wordt gewisseld.
Vertrouwen speelt een grote rol bij het al dan niet willen delen van speelgoed en spulletjes. En soms is het ook prima dat je kind niet wil delen en dat hij speelgoed of spulletjes voor zichzelf wil houden. Als ouder wil je jouw duurste jasje ook niet uitlenen aan iemand, toch? Probeer delen dus niet af te dwingen. Nee is ook een antwoord!
Hoe belangrijk zijn vriendschappen eigenlijk voor mijn kind?
Eigenlijk zijn vriendschappen, in welke vorm dan ook, heel belangrijk voor je kind. Wanneer je kind al op jonge leeftijd vriendschappen heeft, heeft dit een positief effect op de cognitieve ontwikkeling. Het draagt dus bij aan het proces van het leren, aan het geheugen en de aandachtsfunctie van je kind. Daarnaast dragen vriendschappen ook bij aan sociale competenties en een gevoel van eigenwaarde. Van nature zijn we kuddedieren, dus het is niet zo vreemd dat we baat hebben bij het omgaan met andere mensen. Het is heel waardevol om je kind deel uit te laten maken van een groep en jouw kind langere tijd met andere kinderen op te laten trekken.

Over Imke Brunsting
Imke Brunsting (35) werkt sinds 1 april 2022 bij SKSG als pedagogisch beleidsmedewerker/coach. Ze is moeder van een zoontje van 3 en zwanger van een tweede kindje. Na de Pabo aan de Hanzehogeschool Groningen is Imke afgestudeerd als orthopedagoog aan de Rijksuniversiteit Groningen. Imke heeft ervaring als leerkracht, orthopedagoog, pedagogisch medewerker en pedagogisch coach. Binnen zowel het onderwijs als de jeugdhulpverlening en de kinderopvang.
Op de groep volgen we de ontwikkeling van jouw kind en deze observaties bespreken we regelmatig met ouders en verzorgers tijdens de overdrachten en oudergesprekken. Maak jij je zorgen over bijvoorbeeld de sociale ontwikkeling van je kind? Blijf hier dan niet mee rondlopen en deel dit met de pedagogisch medewerker van de opvanglocatie van je kind. Hij of zij kan je vragen beantwoorden en zo nodig in contact brengen met iemand van de afdeling Pedagogiek & Kwaliteit.