Rouwverwerking bij kinderen
Is mama nu een ster in de hemel? Komt papa nooit meer terug? Blijft opa nu voor altijd slapen?
Iedereen krijgt in zijn leven te maken met de dood. Voor een volwassene kan het al moeilijk zijn om met rouw en verlies om te gaan, maar voor kinderen is rouwverwerking soms nóg lastiger. Helaas komt het toch voor dat kinderen al op jonge leeftijd afscheid moet nemen van een van de ouders, een broertje of zusje, opa of oma of een ander dierbaar persoon. Dit heeft een enorme invloed op het leven van je kind.
Volwassenen rouwen anders dan kinderen, en ieder kind gaat anders om met rouw. Waar het ene kind behoefte heeft om er over te praten, stopt het andere kind het verdriet zo ver mogelijk weg. Wat gaat er allemaal in je kind om tijdens een rouwproces en hoe kun je je kind hier het beste in begeleiden?

Jonge kinderen hebben nog geen besef van de dood, maar ze voelen verdriet wel
Rouwproces in de leeftijd van je kind
Kinderen van 0 tot 6 jaar
In de eerste levensjaren hebben kinderen nog geen echt doodsbesef. Ze kunnen nog geen onderscheid maken tussen levende en niet-levende dingen. Wel voelen ze aan als een dierbare overlijdt. Ze missen de aanwezigheid, de warmte en de aandacht van die persoon.
Ook baby´s kunnen de spanning van rouwende mensen in hun nabije omgeving aanvoelen. Ze merken dat hun stemmen anders klinken en dat ze meer gespannen zijn. Hier kan je kind op reageren in de vorm van zogeheten ´orgaantaal´, zoals overgeven, darmkrampen of diarree. Bij veel emotionele pijn zie je dat ze meer spanning in hun lichaam hebben. Dat uiten ze door hun vuistjes te ballen en hun armpjes en beentjes sterk te bewegen. Omdat kinderen op deze leeftijd al zo sterk jouw gevoel aan kunnen voelen, is het goed als je daar rekening mee houdt. Probeer je eigen angsten voor de dood niet over te brengen op je kind.
Hoe lang is voor altijd?
Voor kleuters is het moeilijk te begrijpen dat dood zijn ‘voor altijd’ is. Ze denken bijvoorbeeld dat papa wel weer terugkomt op hun verjaardag, of oma wel langs wil komen om naar de nieuwe fiets te kijken. Je kind kan op deze leeftijd de overledene echt missen en ernaar verlangen om weer samen te zijn.
Op deze leeftijd kennen ze wel het verschil tussen leven en dood. Kinderen gebruiken ‘dood’ ook tijdens spel, waardoor ze dood als iets tijdelijk zien. ‘Jij bent dood, je moet stil blijven liggen!’ Ook kunnen ze bijvoorbeeld een begrafenis naspelen. Dit doen ze om meer grip te krijgen op het verlies. Je kind kan veel belangstelling tonen voor het onderwerp en er vragen over stellen. Vaak gaan die vragen over de lichamelijke en biologische kanten van de dood: ‘Kan hij nu niks meer horen?’ ‘Ziet hij nu helemaal niks meer?’

Verdriet uiten door gedrag
Kleuters kunnen plots weer gaan bedplassen of duimzuigen omdat ze zich onveilig voelen. Op deze leeftijd beschikt een kind nog niet over zoveel woorden als volwassenen om duidelijk te maken wat hij of zij nodig heeft. Daarom zal je kind dit vaak laten merken in spel en gedrag. Dit kan soms leiden tot boosheid en agressief gedrag.
Belangrijk om te weten is dat kinderen in het nu leven. Dat betekent dat ze het ene moment heel verdrietig zijn, maar vervolgens weer vrolijk gaan spelen. Het kan ook voorkomen dat kinderen ‘uit het niets’ beginnen te vertellen of iets zeggen over de overledene, of bij het zien van een dood insect ook weer de overleden dierbare als gespreksstof omhoog kunnen halen.
Kinderen van 6 tot 12 jaar
Kinderen tussen de zes en negen jaar oud beseffen dat de dood definitief is. Maar dat iedereen doodgaat en begrijpen wat de dood is, is nog moeilijk. Ze kunnen gaan fantaseren over hoe het is om dood te zijn en dit kan verwarring opleveren en hen angstig maken.

De dood is een ingewikkeld concept. Het kan angst oproepen
Vanaf zeven jaar verandert het denken van een kind naar een concreet denkniveau. Hierdoor kan het zijn dat je kind wil weten wat dood zijn nou precies betekent. Hij of zij kanvragen stellen, als: ‘Waar gaat het lichaam naartoe?’ ‘Wat gebeurt er als je onder de grond ligt?’ en ‘Wanneer ga jij dood?’.
Deze vragen kunnen confronterend overkomen op jou als ouder. Het is belangrijk je kind eerlijk antwoord krijgt, zodat hij een kloppend beeld krijgt van wat er gebeurt. Kinden zijn nog kwetsbaar, omdat ze de mogelijkheid hebben om het te begrijpen, maar nog niet in staat zijn om met alles wat ze horen, om te gaan. Op sommige antwoorden weet jij het antwoord ook niet en hier kun je ook eerlijk over zijn.

Huilen is oké en verdriet en woede mogen gevoeld worden
Vanaf negen jaar weet je kind dat alles wat leeft, dood kan gaan. Iedereen sterft ooit, ook de mensen die dichtbij hen staan en zij zelf. Je kind is op deze leeftijd vrij zelfstandig, maar wanneer een dierbare sterft, kan dat opnieuw kinderlijke gevoelens naar boven brengen. Zo kan je kind zich opnieuw gedragen alsof het veel jonger is. Hij of zij wil niet meer alleen slapen, of plast opnieuw in bed.
Het komt voor dat je kind jou wil beschermen. Hij of zij wil je niet nog meer verdriet doen en verbergt de eigen pijn. Hierdoor kan het zijn dat de pijn pas echt naar boven komt wanneer de ergste onrust voorbij is. Als je kind zich veilig voelt om vragen te stellen, dan kan het zijn dat ze alles vragen wat voor hen op dat moment onbekend is. Het is een combinatie van nieuwsgierigheid en griezelen. Ze interesseren zich steeds meer voor wat er na de dood gebeurt. Ook dit kan leiden tot angst en verwarring.

Hoe ga je hier als ouder mee om?
Een paar tips voor jou, als ouder of verzorger:
- Gerbuik helder en duidelijk taalgebruik. Kinderen kunnen heel directe en soms confronterende vragen stellen. Het is dan goed om duidelijk te antwoorden. Als volwassene weet je ook niet alles en kun je het lastig vinden om over bepaalde onderwerpen te praten. Je mag best zeggen ‘Ik weet het niet zeker, maar ik denk… ‘.
- Stel gerust wanneer dit lukt. Veel kinderen zijn bang dat ze nu ook zelf dood gaan of denken dat het overlijden hun schuld is. Ontkracht deze gedachte en stel je kind gerust.
- Wees oprecht, open en eerlijk. Eerlijkheid duurt het langs. Geef je kind geen uitleg waar je zelf niet in gelooft. Als je zegt dat dood zijn ´slapen voor altijd´ is, kan je kind bang worden om te gaan slapen. Of wanneer je zegt dat de overledene nu een verre reis maakt, kan je kind denken dat oma of opa weer terug komt. Wel kun je vertellen dat de overledene geen pijn of kou meer voelt. Een duidelijk onderscheid is essentieel.
- Geef ruimte voor verdriet en steun je kind hierin. Een kind met verdriet wil voelen dat huilen mag, dat de tranen er mogen zijn. Als de tranen kunnen stromen in een veilige omgeving, zul je zien dat het ook vanzelf weer stopt.

Blijf dicht bij jezelf: geef je kind geen uitleg waar je zelf niet in gelooft
Wat doet SKSG met rouw en verlies?
Ook wij besteden aandacht aan verdriet, verlis en angst. Daar hebben we verschillende methodes en materiaal voor, om kinderen te begeleiden in het proces.
De verdrietkoffer
Als kinderen te maken krijgen met rouw, neemt de pedagoog de verdrietkoffer mee naar de locatie. De verdrietkoffer van SKSG is gevuld met boekjes en werkvormen voor verschillende leeftijden. De pedagogisch medewerkers van de groepen gebruiken de verdrietkoffer om de kinderen te begeleiden en over het verlies in gesprek te gaan.
Geschikte boekjes
- 2-4 jaar: Derk das blijft altijd bij ons, Susan Varley
- 4-8 jaar: Kikker en het vogeltje, Max Velthuis
- 8-12 jaar: Gebroeders Leeuwenhart, Astrid Lindgren
- Het grote knutselboek voor kinderen
SKSG Pedagogenteam
Rouw vraagt veel van je kind, maar ook van jou als ouder. Als het je overkomt, is het goed om de tijd te nemen voor je verdriet en te luisteren naar je eigen gevoel. Als jijzelf of je kind hierin vastlopen is dit begrijpelijk. Het is dan ook nooit verkeerd om hulp in te schakelen. Van mensen dichtbij in je omgeving, maar ook van professionals, zoals het pedagogenteam van SKSG, te bereiken via pedagogen@sksg.nl.
Nog een paar tips en adviezen
Betrek je kind waar mogelijk overal bij, zelfs als ze nog heel jong of een baby zijn. Dan weten ze later: ik was er ook bij. Het zien van een overledene bijvoorbeeld, hoeft voor kinderen niet eng te zijn, mits je ze goed voorbereidt, zodat ze weten wat ze gaan meemaken. Wees ook eerlijk over je eigen verdriet. Laat zien dat het oké is om emoties te tonen en laat je kind zien dat ook jij het er soms wel eens moeilijk mee hebt. Zo leert je kind dat jij ook verdriet hebt en dat het helemaal prima is om dit te tonen.
Een huisdier is een vriend
Het verlies van een huisdier kan invloed hebben op je kind. Vaak is dit hun eerste ervaring met de dood. Bagatelliseer dit niet. Geef hier de juiste aandacht aan en kijk naar wat je kind nodig heeft. Als je kind de hond van de buren ziet, of een kat op straat, kan het hem of haar weer verdriet bezorgen. Ook bij een huisdier hebben kinderen vaak behoefte aan afscheid nemen. Een mooi grafje maken in de tuin kan hierbij helpen.
En verder…
- Geef je kind troost en positieve aandacht. Laat hem of haar merken dat emoties er mogen zijn. Geef een extra knuffel en toon begrip voor verdriet, angst en boosheid.
- Wees ervan bewust dat kinderen bezig zijn met het verlies, ook al laten ze het niet merken. Vraag hoe het gaat, dit kan een opening zijn om erover te praten.
- Betrek je kind bij het afscheid nemen. Laat hem of haar bijvoorbeeld iets maken voor de overledene. Dit kan een tekening, knutselwerkje of een brief zijn. Zo kunnen ze de dood ook een plaatsje geven.
- Houd je aan vaste structuur en routines. Dit biedt je kind houvast en geeft het ruimte om ook plezier te kunnen beleven.
- In het dagelijks leven kan je kind overal dood en verlies tegenkomen, al is het maar door een dood insect of het verliezen van een knuffel. Hier kun je op inspelen door er samen over te praten.
Deze gastblog is in 2021 geschreven in samenwerking met Esmée Cornelissen en Shanaya Struik, studenten Pedagogiek aan NHL Stenden Hogeschool. In 2022 is deze blog herzien en geactualiseerd.